Eén van de opdrachten tijdens de schrijfweek was: schrijf een dialoog van een gebeurtenis die niet heeft plaatsgevonden, maar die je wellicht wel had gewild. Dit is het geworden:
De Tour de France staat aan.
Ik kijk hoe één voor één de wielrenners naar de top zwoegen. Het geluidsniveau staat uit. Ik hoor de breinaalden van mijn oma tegen elkaar tikken. In een tempo waar de wielrenners jaloers op zouden zijn. Ze zit op de bank en ik zit naast haar. Mijn opa schilt snel en behendig de aardappels. Een steeds langere sliert hangt onder het mesje terwijl de aardappel steeds kleiner wordt.
"Is dit het juiste moment?" Ik slik mijn vraag in en blijf kijken naar mijn schillende opa. Even kijkt hij op en knipoogt naar mij. Alsof het sein op groen springt. Voordat ik er erg in heb vraag ik: "Opa, waarom liggen jouw oorlogsmedailles onderin de overloopkast?"
De sliert breekt abrupt af en valt slap op het krantenpapier neer. Even lijkt alles stil. Oma is opgehouden met breien. De wielrenners bereiken de top. Opa's handen trillen licht.
"Ach meis, die kreeg iedereen in de oorlog."
Het tikken van de breinaalden is weer hervat. Niet uit mijn evenwicht gebracht laat ik direct de volgende vraag vallen.
"Maar hoe was het dan op die onderzeeboot in die tijd? De O19 toch?"
Hij legt het aardappelschilmesje en de aardappel neer. Hij opent het metalen blikje met de panter erop en haalt er een zelf gedraaid shagje uit. Hij steekt het tussen zijn lippen, waar het blijft hangen.
"Klopt, het was krap met 80 man. We werkten in 3 ploegen. 8 uur werken, 8 uur vrij en 8 uur slaap. Je deelde je bed met 2 anderen."
"Miste u oma dan niet?"
Hij kijkt even naar oma, die niet opkijkt. Hij kijkt mij aan. Zijn ogen glinsteren van het vocht.
"Dat was nu eenmaal zo."
Hij staat op en loopt naar het raam, zijn blik ergens op gericht. Ik wil deze kans niet laten gaan en gooi het over een andere boeg.
"Hoe was die ene keer dat jullie 5 uur op de bodem van de zee lagen?"
"Lieverd, dat ben ik vergeten, dat is al zo lang geleden."
"Kunt u dan helemaal niets herinneren?"
"Ik herinner mij de dreun van de dieptebommen die afgingen. De kortsluiting en de lampen die één voor één uitvielen."
"Was u niet in paniek?"
"Voor paniek was geen plaats op de onderzeedienst."
"Maar hoe kwamen jullie dan weer boven?"
Hij gaat weer zitten op zijn stoel en steekt zijn shagje aan.
Hij blaast de rook uit.
"Puur geluk."
"Hoe lang duurde het dat u oma weer zag?"
Hij kijkt naar hun trouwfoto, boven de bank gemaakt op 10-12-1941 in Soerabaja. Hij in zijn matrozenpak, zij in een witte jurk. Ze houdt een bosje bloemen vast. Ze zien er gelukkig uit.
"6 jaar. Zin in chocolademelk?"
Ik glimlach.
"Ja opa, graag."
Mandy

Geen opmerkingen:
Een reactie posten